Blog Anna: een passie voor trainen en wedstrijd rijden

Van jongsaf vond ik het al geweldig om met de Friese paarden te werken. Ik was nergens bang voor. En was ook best wel koppig. De keuring kwam dichterbij en ik wilde oefenen voor de tuigrubrieken die ‘s middags werden gehouden. Mijn vader had niet altijd de tijd om te helpen, het werk op de melkveehouderij kwam eerst. Met wie zou ik vandaag eens trainen? Mijn beslissing stond vast, Wieskje ster (Freark 218 X Mark 232) de grootmoeder van Mintse 384. Met haar deed ik ook mee aan de harddraverij onder de “man” in Joure. Ze werd niet zo vaak aangespannen gereden.

In galop door het weiland

Heit hielp me in te spannen en daarna moest ik me maar redden. Heit wou dat ik de leidsels in het middelste of onderste gat van het Liverpool bit deed. Koppig als ik was, ik zei dat is niet nodig, ik kan haar wel onder controle houden in het bovenste gat. (Minder leverage = hefboomkracht). Nou dat heb ik geweten! Ik kreeg haar in het grote weiland wat we gebruikten om te oefenen. Daarna vroeg ik haar aan te draven. Goed zo, mooie vlotte draf. En toen begon Wieskje te galopperen.. Dat was nou niet echt de bedoeling! Om het weiland zaten ook sloten…Ik hing aan de leidsels. Ik kon nog nauwelijks sturen. Daar gingen we. We vlogen het land op en neer. Gelukkig reed mijn oom Tjitze toevallig langs. Die zag wel dat dit niet helemaal ging zoals het moest. Hij parkeerde de auto en schoot te hulp. Toen we om de bocht gingen klom hij op de trainingskar en samen hangend aan de leidsels kregen we de merrie weer onder controle.

Foto boven: tuigen op de “Fokdag” met “mijn” dressuur Stermerrie Gelbrigje (Hearke254 )

Het had zijn voordelen om op te groeien temidden van Friese paarden fokkers, trainers en eigenaren! Zoveel kennis. Een andere keer toen ik aan het oefenen was met Wiebolt (Jochem2 59) voor de tuigrubriek, vroeg wijlen Siebren Bangma, de eigenaar van de Preferente Hearke 254, of ik wat tips kon gebruiken. Natuurlijk! Daar zeg je geen nee tegen!! Hearke 254 was de meest succesvolle goedgekeurde dekhengst in tuig van die tijd. Getraind en uitgebracht op wedstrijden door meneer Bangma. En nu kreeg ik zomaar een tuigles van hem bij ons in het weiland! Geweldige tijden.

8 kilometer met de sjees voor het menbewijs

Voordat je op officieel wedstijden mee mag doen moet je een menbewijs halen bij het KNHS. Om mijn menbewijs te halen moest ik examen doen met de sjees. Het was zomer en mijn ouders hadden het druk. Wiebolt werd thuis ingespannen en ik reed met hem voor de sjees de 8 km naar Nes waar het examen in een weiland bij de manege werd gehouden. Over een smal landweggetje, met smalle bermen en een sloot aan weerskanten.. Gelukkig was er toen niet zoveel verkeer als nu. Niet dat ik daar toen mee zou zitten, dat is iets waar ik nu meer over nadenk! Wibolt was een plezierig paard. Hij kon goed tuigen, was mak, lief en eerlijk in de omgang. Hij was het eerste paard wat ik zelf onder het zadel beleerde. Met tuigen had hij een geweldig zweefmoment en was erg voorwaarts. Op de fokdag stond hij meerdere malen op kop. Ik reed hem liefst zonder zadel, probeerde hem kunstjes te leren, en heb zelfs met hem gesprongen.


Foto boven: Wiebolt (Jochem 259) gefokt door mijn grootvader. Een favoriet van onze familie.

Eigengefokte Sierk

Van mijn favoriete ruin toen ik opgroeide naar mijn favorite ruin in Canada: Sierk. Sierk (Mintse 384) werd geboren in juni 2005. Weten jullie het nog? Zijn moeder kwam bij ons: Ylse (Remmelt 323), drachtig van Sierk dus. Ik heb geweldig genoten van elke stap om hem te zien opgroeien tot een lief, slim, mooi paard. Hij heeft de echte karateristieke eigen schappen van het Friese paard. Edel hoofdje met kleine oren, lange manen en een voorpluk die tot zijn neusgaten rijkte! Jammer goenoeg was het toch het beste om hem te ruinen. Het was een moeilijke beslissing, dus er werd gewacht tot hij 3 jaar was. Er waren zoveel mensen die vroegen of hij ter dekking stond. Zo’n paard met zo’n lief karakter en zoveel manen, was een bijzonderheid. Maar met onze drukke melkveehouderij, kleine kinderen, en een man die niet echt in de paarden zit, werd dat niets. Bovendien wilde ik dressuur wedstijden rijden. Dat neemt al genoeg tijd.

Enige Friese paard in de dressuur

Sierk was het type paard die zich altijd volledig voor je inzette. Meteen vanaf het begin. Ik heb hem zelf beleerd. Hij had altijd die wil om het goed te doen. Op de dressuurwedstijden wanner we in de ring waren, had hij zijn volle aandacht bij mij. Hij genoot van de belangstelling. Als mijn helper hem even moest verzorgen dan probeerde hij nog te kijken waar ik naartoe ging. Het was niet een groot of indrukwekkend paard. Maar hij was trouw, hij deed altijd zijn uiterste best. We waren succesvol met het wedstrijd rijden en klommen gestaag op in niveau. Zijn bijnaam op wedstrijden was Howard Stern vanwege zijn grote bos manen. Toentertijd (2009- 2014) was Sierk het enige Friese paard dat aan de dressuur wedstijden in ons gebied meedeed. Zelfs toen we ons kwalificeerden voor de Canadese Provinciale Kampioenschappen dressuur in Bromont, Quebec, was Sierk de enige Fries die daaraan meedeed.

Van ‘karrepaard’ naar vaste waarde in de dressuur

Onnodig te zeggen dat we hetzelfde commentaar hier in het begin kregen als toen ik in Nederland Gelbrigje ster (Hearke254) naar de L2-dressuur reed (1989-91). ‘Wat doet dit karrepaard in de baan? Hoort die niet voor de kar te lopen?’ Maar het mooie ervan was, dat zulke opmerkingen meestal voor de proef geplaatst werden. En dan na de proef werd er gezegd: ‘dat was zo slecht nog niet.’ Meestal, niet altijd natuurlijk. Het was een beeld waar veel jury’s nog aan moesten wennen. Sierk en Gelbrigje hadden beide een goede galop. Dat hielp wel. We weten allemaal dat nu, jaren later de Friese paarden een vaste plaats hebben ingenomen in de dressuurwereld!

Vliegende galopwissel

Sierk en ik waren op Z1/Z2 niveau aan het wedstrijdrijden toen hij een blessure opliep aan zijn meniscus. De prognose was niet goed. We werkten aan ons Sportpredicaat. Hier in NA moet je ‘third level tests’ gebruiken om je Sportpredicaat te behalen. Daar zit de vliegende galop wissel al in, in tegenstelling tot de Z1 proef. Pas later kwam ik erachter dat je hier ook een Z1 proef kunt rijden, wanneer je de proef naar het secretariaat stuurt. De hogere juryleden hebben geen problemen met het jureren hiervan. Dat wordt dus ook best veel gedaan. De blessure aan Sierk’s meniscus betekende het einde voor zijn sportcarrière. Sierk heeft nu een heel goed leven als recreatie paard bij Jackie, gelukkig is hij nog steeds op PEI!

Na Sierk heb ik veel paarden getraind. Sommige voor de verkoop, sommige als potentiële dressuur paarden voor mezelf. Maar een tweede Sierk heb ik nog niet gevonden!

Foto hieronder:
Met Sierk (Mintse 384X Remmelt 323) op een van de vele stranden van PEI

Vorig artikelBijna 63% voor showbink Eise 489 in de Grand Prix: ‘Zó super knap van hem!’
Volgend artikelFokdag Ta it Bihâld wordt doorstroomkeuring