Blog Anna: over paardenhooi en keuringsklaar maken

Sommige dingen veranderen nooit. Zoals bij het maken van goed paardenhooi. Dan heb je zon nodig. Toen wij naar Prince Edwards Island (PEI) verhuisden in juni 1992, liepen de koeien (alle 35) in kniehoog timotee gras.

Altijd hooien, maar nu even niet

Volgens PEI-traditie gingen de koeien op 1 juni naar buiten en na 1 july werd de eerste snee hooi gemaaid. En dat deden wij ook. Zolang we hier boeren, dik 29 jaar alweer, hebben we in juli altijd hooi kunnen maken. Maar zo niet deze zomer. In tegenstelling tot west Canada, waar ze record hittegolven, droogte en bosbranden ondervinden, is het hier tot nu toe een natte zomer met een hoge luchtvochtigheid. Dat zorgt voor goede groei omstandigheden waar we dankbaar voor zijn.
Het is inmiddels augustus. We hopen deze maand op genoeg zon zodat we binnenkort het laatste van de eerste snee kunnen hooien! Het eerste jaar dat we hier waren, maakten we 8000 vierkante pakjes -5000 hooi en 3000 stro- die met een Jacobs ladder op de hooizolder kwamen. Dat was allemaal voor de koeien. Vrij snel daarna zijn we overgestapt op rondebalen kuil voor het melkvee (inmiddels 200 stuks). Nu maken we alleen nog hooi voor de paarden en kalfjes.

Paarden: het levensbloed van de boerderij

Andere dingen veranderen veel.. zoals de manier waarop hooi gemaakt wordt.
Dit brengt mij terug in de tijd die ik ken van verhalen van mijn ouders, grootouders en krantenknipsels over mijn grootvader (pake). Zolang pake boer was (1942-1978) werd al het werk op zijn 71 hectare grote melkveehouderij met Friese paarden gedaan. Een trekker kwam bij pake niet op het erf. Een dood ding, aldus pake. Hij hield van het werken met de paarden. Het levensbloed van de boerderij.
Er waren ongeveer 20 rasechte Friese paarden op de boerderij. Waarvan er zo’n 10 voor het dagelijkse werk gebruikt werden. Elk jaar werden er ongeveer 4 veulens geboren. Sommige voor de verkoop (door heel Nederland) en anderen als aanfok. Dit was ten tijde van de mechanisatie, dus niet de gemakkelijkste periode. Er was een tijd dat het dekgeld hoger was dan de prijs van een gezond veulen! Onnodig te zeggen dat dit slechte jaren voor het Friese paard waren. Pake was toegewijd aan de Friese paarden. Het werken met de paarden was tevens zijn hobby. Mijn grootouders namen trouw deel aan de ‘Boerebrulloft’ in Joure, een traditioneel bruiloftsfeest met ringsteken. Pake genoot er ook van om mee te doen met arreslee wedstrijden (met Rimkje Ster werden er vele prijzen gewonnen) en tuigen. Hij deed wat hij kon om het Friese paard te promoten en hun veelzijdigheid te laten zien. Eind 60-er jaren was pake de grootste fokker van het KFPS.

Dhr. Joh. Bouma in zijn element. Onder weg naar het land met de maaimachine

Even terug naar hooi maken anno 1966. De fokmerries werkten op het land net zoals een enkele ruin. En de veulens? Die gingen mee. Breng je kind mee naar het werk, elke dag. Voor het maaien van het gras werd een dubbelspan paarden gebruikt. Een span in de morgen en een ‘vers’ span in de middag.

Grootmoeder van Jochem 259

Het meeste werk werd met een span paarden gedaan. Er was een paard special voor de melkwagen. Bij pake was dat eerst Raven en later Nachtegaal Ster Pref (Hylke 186 x Aize 170) de grootmoeder van Jochem 259. Ze hadden dus hun eigen werk. Want door het verschillende temperament was het ene paard bijvoorbeeld meer geschikt voor maaien en het andere voor wiersen. En zo was dat ook met wie ze in het span liepen.
Er werd voor hooi gemaaid en er werd geschud en gewierst. Vervolgens werden de wiersen op bulten getrokken. Allemaal met de paarden. Dan werd het losse hooi uit de bult op een de platte wagen gevorkt. Of zoals op de onderstaande foto opgeladen door een Ogela vorklader achter de wagen, die aangedreven werd op het wiel van de wagen. Dit was zwaar voor de paarden die niet alleen de wagen met hooi moesten trekken maar ook de hooi oplader. Vandaar dat er drie paarden voor de wagen lopen. Wanneer de wagen vol was werd deze in de schuur gereden en het hooi met behulp van een hooi blazer in het hooivak geblazen. Op de foto hieronder is mijn vader aan het hooi loegen (opstapelen) op de wagen en pake ment de paarden.

Foto uit de Boerderij van 12 September 1979 (genomen in 1966)

Toen de paarden voor het dagelijks werk gebruikt werden en als hobby op tuig- en ringrijdwedstrijden werden uitgebracht, waren ze behoorlijk fit!! Ze waren misschien een beetje bruin van het zweten in de zon, maar conditie en bespiering hadden ze! Ze werden dan ook niet speciaal getraind voor de fokdag. De paarden moesten zelf voor de wagen en sommigen achter de wagen gebonden, naar het fokdag terrein lopen. Zo ook de veulens.

Trainen door het water

Mijn merries werken zeker niet zo hard! Dus trainen maar! Nu heb ik geluk dat we dicht bij het strand wonen. En door laag water draven is een goede manier om spieren op te bouwen! Mijn merrieveulen hoeft niet met haar mem naar het werk. Dus oefenen maar! De keuringstraining van nu ziet er wel zeer anders uit dan toen! Het is nog steeds van groot belang dat een veulen leert om aan de hand mee te stappen en stil te staan. Daar zijn we dus mee aan het trainen. En dan maar hopen dat ze netjes (naast mem) blijft draven! Dat laatste kun je oefenen wat je wilt, dat blijft een moment opname. Helaas dit jaar geen keuring in Canada, maar nu is er getraind voor de video opname. We zijn benieuwd!

Kracht training in het water met Wiecke fan de Greidpleats (Tsjalle 454 X Maeije 440)

 

Vorig artikelTussenstand Alrako KFPS kampioenschap dressuur: wie staan er goed voor?
Volgend artikelFokdag België met Pas de Deux van Patricia Mannaerts en Astrid Steijlen