Blog Ester: over opvoedlessen en tussengastheren

Foto's: Maureen Cohen

Nog een week en dan is het zover. Dan gaat ons veulen Pelle NP fan de Hesterhoeve naar zijn nieuwe huis. 18 september is hij 4 maanden oud en wordt het tijd om eigen benen te gaan staan. Gelukkig blijft hij in de familie! Hij gaat naar Marieke, de dochter van Hessel. Dat maakt het afscheid een stuk makkelijker.

Vertrouwen in mensen

Natuurlijk is het even slikken volgende week als het zover is maar ik weet dat hij een geweldig plekje krijgt in een mooie kudde van ruinen in verschillende leeftijden en daarnaast zal het hem aan niks ontbreken. En ik kan hem net als de veulens van vorig jaar blijven zien. Dus het is goed zo, ik merk ook aan Pelle dat hij er aan toe is. Ik speel heel veel met hem maar merk dat hij het zelfs mij af en toe saai begint te vinden! Het wordt tijd om met een “echt” vriendje te spelen en niet meer met mij en de bal. Maar wat hebben we door al dat spelen, knuffelen en die opvoedlessen een band gekregen. Vanaf het moment dat hij geboren is ben ik bijna iedere dag met hem bezig geweest. Halstertraining, hoefjes geven, vast staan op de poetsplaats, netjes meelopen aan het touw, wennen aan enge dingen zoals geritsel, felle kleuren, wapperende kleden en ga zo maar door. Maar het belangrijkste is het vertrouwen wat hij heeft in mensen en in zichzelf. Hij is nu vier maanden en ik kan nog steeds bij hem in het land gaan zitten zonder dat hij direct opspringt. Het is een prachtig, sterk, lief maar vooral mensgericht veulen geworden die nieuwsgierig en leergierig is.

Belangrijke opfok

Dat een veulen toch wel veel dingen onthoudt uit die eerste 4 maanden uit zijn leven merk ik nu heel erg aan Nine en Maike NP fan de Hesterhoeve, de veulens van vorig jaar. Het is nu bijna een jaar geleden dat ze naar hun kleinschalige opfok zijn gegaan waar ze samen met nog een enter lopen, Nynke. Wekelijks ga ik naar ze toe, niet alleen om te zien hoe het met ze gaat maar ook om de dingen die ik ze geleerd heb als veulen te herhalen. Het is dan ook totaal geen probleem om ze in het land een halster om te doen of met ze te wandelen aan het touw. Vanaf dag 1 hebben ze geleerd wat druk betekent en dat het de bedoeling is om daarvoor te wijken. Ook eten ze nog steeds brokjes uit mijn hand. Toen ik Jobke NP dan de Hesterhoeve, ons eerste hengstveulen voor het eerst weer zag in de opfok, was hij de enige uit zijn groepje van acht die brokjes uit de hand at de rest kende het niet. Dingen blijven dus echt wel hangen en naar mijn idee heb je daar alleen maar profijt van.

Grote schoonmaak

De herfst is in aantocht, dat bekent niet alleen dat de dagen korter worden maar ook dat de nachten kouder worden. Het stalseizoen breekt weer aan. Maar voordat de paarden nachts weer op stal gaan was het eerst tijd voor de grote schoonmaak. Met zijn allen is het in een zaterdag gelukt en werd de dag afgesloten met een heerlijke BBQ verzorgt door Hessel en zijn vrouw Henny. De bak ziet er weer tip top uit, binnen is alle spinrag verwijderd (ik heb een keer een filmpje gezien waarop te zien was hoe snel vuur zich verspreid door middel van spinrag, daar schrik je van) en de boxen zijn schoon gespoten met de hogedrukreiger. Ook werd onze wintervoorraad stro gebracht, 300 pakjes. Daarnaast is de mest nog uitgereden over het land. Dit mag dit jaar in het Westerkwartier twee weken langer in verband met de natte periode. Dit houdt wel in dat de paarden nu in een grote paddock staan met ruwvoer. Hessel heeft nog een vrachtauto met wit zand laten komen zodat de paarden er straks in de natte periode er ook met droge voeten kunnen staan. Wat lijkt het mooi die zwarte paarden op het witte zand. Nu houden we het ook netjes, zei ik tegen Hessel. De mest haal ik eruit. ‘Dat is een goed plan’, zei Hessel. ‘Dan kan je gelijk de mest controleren of de paarden de “tussengastheer” hebben opgegeten.’ Wat, tussengastheer? Wat is dat?

Tussengastheer

Hessel begon te vertellen; De lintworm heeft een indirecte levenscyclus dat wil zeggen dat een tussengastheer nodig is om zich verder te kunnen ontwikkelen. De tussengastheer, ieder dier heeft zijn eigen tussengastheer. Bij paarden is dit de levende grasmijt/mosmijt. Deze eet lintwormeitjes uit de mest. De grasmijt/mosmijt komt voor op weides maar ook in stro en hooi. Als de paarden zo’n met lintwormlarfjes besmette grasmijt/mosmijt opeten, ontwikkelt deze zich in 6 tot 10 weken tot volwassen lintworm. Deze lintworm blijft in de darmen leven en scheidt zijn eitjes uit in pakketjes. Deze eitjes komen vrij als de pakketjes openbreken. Dit gebeurt pas als de mest op de wei ligt. Hierdoor is mestonderzoek niet betrouwbaar om lintworminfecties op te sporen. Paarden met een zware lintworminfectie kunnen koliek en schade aan de darmwand krijgen. Daarom is het heel verstandig om af en toe de mest te controleren. Dit is niet lastig, want de witte pakketjes liggen op de mest en zijn dus makkelijk te vinden. Terwijl ik de mest aan het controleren en aan het opruimen was, mompelde ik in mezelf, de tussengastheer… ik had er nog nooit van gehoord. Maar ook dit zal ik goed onthouden en meenemen in mijn “rugzakje” van kennis die Hessel mij wekelijks weer geeft.

Vorig artikelFinale Pavo Fryso Bokaal zesjarigen met Yme 507, Wardy 509 en Yde
Volgend artikelLivestream Centrale Keuring – vrijdag 17 en zaterdag 18 september