40:60

Het was slechts en tussenzinnetje in de voorbeschouwing over de finale van de Pavo Fryso Bokaal tijdens de Centrale Keuring op de KFPS-site. De constatering dat Jasper 366 het op twee na belangrijkste vaderdier was van de voor de (halve) finale gekwalificeerde vier- tot zesjarige sportpaarden. Even terugrekenend zijn dit paarden die geboren zijn in 2012, 2013 en 2014. Bepaald niet meer de jaren waarin de ooit de lijst met veeldekkende hengsten aanvoerende Jasper 366, nog kon bogen over grote aantallen dekkingen. Het geeft nog maar weer eens aan hoe uniek de ‘sportgenen’ van deze immens populaire Preferente hengst kennelijk zijn. Inderdaad, Jasper 366 is een grensverleggende hengst geweest als het gaat om beweging en sportaanleg. Niet voor niets behoort Jasper 366 voor fokwaarde sportaanleg nog steeds tot de hoogste hengsten. De andere kant van de medaille is, dat de jongere hengsten moeite hebben dit niveau te benaderen, laat staan te overtreffen. Ook als we naar genetische trends kijken, het gemiddelde genetische niveau van jaargangen paarden, dan zien we dat we voor exterieur en beweging aan de hand veel sneller vooruitgaan dan voor sportaanleg. Op zich een opmerkelijke constatering omdat de sportaanleg bij de (jonge) hengstenselectie aantoonbaar meer nadruk heeft gekregen. Uiteraard reden om het selectietraject voor hengsten nog eens onder de loep te nemen. Maar misschien moet de oorzaak ergens anders gezocht worden. Als we naar de meest gebruikte hengsten van 2011 tot 2013 kijken, vinden we hengsten waarvan we nu weten dat ze qua sportaanleg niet tot de betere goden behoren. Als we naar dekcijfers van het afgelopen fokkerijseizoen kijken, is het beeld niet zoveel anders. Jonge hengsten, waarvan we ten aanzien van hun sportaanleg nog relatief weinig weten, nemen het grootste deel van de taart voor hun rekening, terwijl sommige populaire wat oudere hengsten relatief lage fokwaarden voor sportaanleg laten zien. Kennelijk zijn voor het gros van de fokkers de resultaten in de keuringsring meer bepalend voor de hengstenkeuze dan de resultaten in de sport. Ooit is in het fokdoel afgesproken dat de verhouding tussen exterieur en beweging/sportaanleg 40:60 wordt nagestreefd. In de praktijk ligt de verhouding misschien wel eerder andersom. Vraag is dan, is in het fokdoel te ambitieus ingezet op sportaanleg? Een mooi discussiepunt voor komende winter, waarin we samen met de Fokkerijraad en de leden het fokdoel van het KFPS weer eens tegen het licht gaan houden.

Ids Hellinga
Directeur KFPS