Friese paarden in de endurancesport: “Omdat het kan”

Op de valreep van 2019 werd in Landgraaf een endurancewedstrijd georganiseerd. Met name op de langere afstanden zijn het vaak de op snelheid en conditie gefokte Arabieren die deelnemen en winnen. Op de kortere afstanden zie je ook andere rassen, zoals Haflingers, KWPN’ers, IJslanders… en een enkel Fries paard. De twee Friese paarden van Mark Rutten zetten daar in Zuid-Limburg hun beste beentje voor.

Op de oudjaars-endurance in Landgraaf waren diverse afstanden uitgeschreven, waarbij in de klasse 2 (40km) en klasse 3 (80km) voornamelijk werd gestart met Arabieren. In de klasse 1 was er keuze uit twee afstanden: een korte klasse 1 over 20km, en een lange klasse 1 over 30km. In de lange klasse 1 waren het Mark Rutten met de veertienjarige Friese merrie Silke fan Simir (Wisse 408 x Feitse 293P) en Petri van de Kraats met de een jaar jongere ruin Tjeerd E (Feitse 293 x Naen 264) die opvielen.

Strenge eindcontrole

“We waren dan wel de enige starters op deze afstand”, vertelt Mark Rutten. “Maar dat doet niets af aan de prestatie van Silke en Tjeerd. Je moet namelijk nog altijd wel bij alle veterinaire posten goedgekeurd worden én door de strenge eindcontrole komen.” Met een mooi rustige gemiddelde snelheid van net boven de 10 kilometer per uur kwamen beide paarden fit over de finish, en werden goedgekeurd. Voor zover bekend is het voor het eerst in de Nederlandse endurance historie, dat Friese paarden de eerste twee plekken behalen.

De hele dag met je paard bezig

Waarom endurance rijden met een ras dat niet de voor de hand liggende keuze is in deze discipline? “Omdat het kan!”, is het prompte antwoord van Rutten. “En omdat het leuk is. Waar je in de dressuur na het losrijden en het rijden van één of twee proeven alweer naar huis mag, ben je bij een endurancewedstrijd zo’n beetje de hele dag met je paard bezig. Bovendien ben je natuurlijk, ook bij de training, lekker buiten en ontdek je vaak verschillende mooie natuurgebieden.”

Powerpaarden

“Mensen denken dat Friese paarden geen energie hebben voor dit soort prestaties, omdat ze niet voorwaarts genoeg zijn”, merkt Mark op. “Nou, moet je opletten! Silke is absoluut geen slome, die loopt altijd. En Tjeerd gaat gewoon mee. Ik ben eens met Silke en een paar halfzussen op stap geweest. Toen hadden we heel wat power bij elkaar. Wellicht is dat iets uit dat ‘fan Simir’-stammetje, van de familie Gerlofsma uit Jubbega, maar er zijn meer Friese paarden met ‘pit’.”

160 kilometer

Twee Friese paarden hebben het ooit gepresteerd om zich in de hoogste nationale klasse, de 160 kilometer, te kwalificeren. Dat waren Martsje, de Friese merrie (Jillis 301 x Peke 268) van Fransisca Bakker uit Schotland en Ruttens eigen Joukje W (Nammen 308 x Feitse 293).

Of Rutten die ambitie nog steeds heeft? “Met Silke waarschijnlijk niet, zij is een beetje te druk, en ze neemt dan te weinig rust, voor zichzelf. We hebben wel al een paar keer een korte klasse 2 gereden, 45 kilometer of zo met dan één verplichte rustpauze erin, maar dan is het voor Silke ook wel genoeg. Belangrijk is namelijk dat een paard ook goed voor zichzelf zorgt, en in de pauze goed rust, eet, en drinkt. Maar wie weet, misschien met een volgende Fries? Misschien fok ik ooit eens een veulen uit Silke, of ik koop er weer eens een jonge Fries bij. En dan liefst een Anders x Feitse-merrie.”

Sportpredicaat

Mark vindt het jammer dat zijn Friese paarden geen sportpredicaat kunnen krijgen op basis van hun prestaties in de endurancesport. “Zonde, want het is toch wel een prestatie. En het Friese ras ontwikkelt zich ook in deze discipline, net als in de dressuur. Zo’n twintig jaar geleden hadden we niet gedacht dat Friese paarden ooit Grand Prix zouden kunnen lopen, en moet je nu zien!”

Tekst: Christine Dijk

Foto: Ruud Overes