Heleen de Haas: ‘In de ring maakt het niet meer zoveel verschil, rijpaarden of Friese paarden’

Heleen de Haas met Fonger fan 'e Boppelannen (Naomi Verbunt, Nabeleving fotografie)

Met Fonger T. Fan ‘e Boppelannen (Loadewijk 431) is Heleen de Haas startgerechtigd in de Grand Prix, maar ze gaat eerst nog wat kilometers maken in de Inter II voordat ze overstapt.

Halfbroer en halfzus van Fonger

De Haas kreeg Fonger, gefokt bij stal ‘De Boppelannen’ van de familie Van der Meer, onder het zadel toen hij vier was. ‘Ik reed toen voornamelijk KWPN-ers, maar toen zei iemand: Ga Friese paarden rijden, daar zijn ook leuke competities voor. Dat hebben we gedaan en we kwamen steeds verder. Nu rijd ik alweer een jaar of acht paarden voor de familie Van der Meer, waaronder ook een halfbroer en een halfzus van Fonger.’

Tuigpaard onder het zadel

Inmiddels is De Haas voor de helft eigenaar van de 10-jarige hengst. In 2017 nam Marc-Peter Spahn de teugels tijdelijk over. Het doel was de hengst te kwalificeren voor de Prix St. Georges, zodat hij kon deelnemen aan het verkorte hengstenonderzoek van het KFPS. ‘Dat heeft Marc-Peter vaker gedaan en dat kan hij goed. Met Fonger reed hij Lichte Tour maar tot goedkeuring kwam het niet. Ik heb hem zelf ook nog eens voorgesteld, maar Fonger kreeg zijn dekbrevet niet. Mijn toenmalige partner Jelmer de Groot heeft Fonger betuigd. Dat vond hij leuk en hij reed zich ook steeds in de prijzen. Tijdens het Workumer stratenconcours, voor tuigpaarden onder het zadel, ben ik kampioen met hem geworden. Toen had hij nog nooit voor de kar gestaan.’

Goed paard heeft geen kleur en geen ras

Volgens De Haas zijn de fokproducten van De Boppelannen allemaal uitstekende sportpaarden. ‘Ze zijn allemaal erg werkwillig. In de ring maakt het niet meer zoveel verschil, rijpaarden of Friezen. Het zijn gewoon goede paarden en die hebben geen kleur en ook geen ras. Ze zijn wellicht wat sneller moe, een KWPN-er loopt makkelijker nog een proef. Met Fonger wil ik nu eerst nog wat kilometers maken in de Inter II en thuis door oefenen samen met mijn trainers Marc-Peter en Tonnie Huberts, voordat we de overstap maken. In Warga hadden we ook nog wel wat kleine dingetjes, dat houd je altijd. De wissels om de pas vindt Fonger moeilijk zo aan het einde van de proef. Het heeft geen zin om dat eindeloos te oefenen. Ik wil het liever klein houden, dan valt het kwartje uiteindelijk vanzelf.’

Bron: Hoefslag