Hengst of merrie?

Bennie van Es - Tizian fan Ass Selectie WK Jonge Dressuurpaarden 2021 © DigiShots

Hengsten zijn in de wedstrijdring echte eyecatchers. Maar er zijn steeds meer kwalitatief zeer goede merries die hun mannetje staan in de sport. Voor welk geslacht kies je? En hoe ga je om met fysieke en mentale verschillen tussen hengst en merrie? Phryso vroeg het een drietal amazones. Een korte samenvatting uit het artikel dat in Phryso augustus is gepubliceerd.

Met een hengst komt er wel iets binnen

Profamazones Kenna Bakker, Ingeborg Klooster en Isabelle Vroomans moeten opvallend genoeg even nadenken over de vraag of zij zelf een voorkeur hebben voor een hengst of merrie in de sport. ‘Ik ervaar qua rijden geen verschil tussen hengst of merrie. Maar als het op het totaalplaatje en uitstraling in de ring aankomt, dan gaat mijn voorkeur denk ik toch uit naar een hengst’, vertelt Kenna Bakker. In Parrega runt de amazone haar eigen trainingsstal voor Friese en warmbloedpaarden. Ook reed ze in het verleden de aangeleverde Friese hengsten in het Centraal Onderzoek. ‘Een hengst heeft doorgaans een mooiere bespiering, een mooie kap op de hals en front. Rijd je met een hengst de ring in, dan komt er wel iets binnen.’

Toename merries in de sport

Dressuuramazone Isabelle Vroomans van Bax Stables uit Leende dacht altijd een hengst nodig te hebben om in de wedstrijdring op te vallen. ‘Maar sinds ik de merrie Vajen rijd weet ik dat een merrie zich absoluut kan meten met de hengsten.’ Vroomans werd met Vajen (Tymon 456) in 2019 Europees kampioen en brengt de merrie inmiddels uit in de klasse Z1. ‘Natuurlijk is een hengst wat stoerder, maar Vajen heeft van zichzelf grote bewegingen. Dat helpt zeker mee. Met een kwalitatief goede merrie met sterke bewegingen val je even goed op in de ring.’ En die merries zijn er zeker. Ook Kenna Bakker ziet het aantal Friese merries in de sport toenemen, gegeven het aantal merries dat zij voor eigenaren rijdt. ‘Een Sportpredicaat voegt echt iets toe in een merrielijn, fokkers zijn zich daarvan bewust.’

Hengst meer voorbereid op wedstrijd

Dressuuramazone Ingeborg Klooster uit Mariënheem rijdt doorgaans het vaakst hengsten, maar als het aankomt op kwaliteit van de paarden heeft Ingeborg Klooster geen duidelijke voorkeur voor hengst of merrie. ‘Natuurlijk imponeert een hengst net even meer qua verschijning, maar in het technische trainen merk ik fysiek geen verschil tussen hengsten en merries. Wel heb ik ze beiden sowieso liever dan een ruin. Ik weet precies wat ik aan ze heb, ruinen vind ik soms wat wispelturig als het er in de ring echt op aan moet komen.’ Ingeborg geeft wel aan dat je als ruiter moet zorgen dat een hengst altijd goed onder appèl staat. ‘In de voorbereiding naar wedstrijden neem ik jonge hengsten al vaak mee naar vreemd terrein.’ Dat opletten neemt Ingeborg al in de training zeer consequent mee. ‘Ziet mijn hengst een knappe merrie die langs de bak naar de wei wordt gebracht en hij reageert daarop, dan zet ik hem aan het werk. Een kleine volte indraaien, een pasje wijken. In elk geval iets waarmee hij de aandacht weer naar mij moet verleggen.’ Straffen voor ongewenst gedrag is geen goed idee. ‘Je wilt dat je paard met je mee blijft werken. Hengsten accepteren het echter wel als je duidelijke grenzen stelt en dat moet je dan ook doen. Anders ontglipt het je zeer zeker op wedstrijd.’

Merrie ‘mee’ krijgen

Bij een merrie ligt dat toch ietsje anders, weten de amazones. ‘Stel je bij een merrie te scherpe grenzen of ga je de confrontatie aan, dan slaat ze op slot en wil ze niet meer voor je werken’, vertelt Kenna Bakker. ‘Bij een merrie moet je zelf soms wat aanpassen om daar te komen waar je wilt. Aan de andere kant vind ik ze vaak nét even geconcentreerder in het werk. Zit je met een merrie in de goede flow, dan kan je in een oefening eens extra doorvragen en dan doet ze er voor jou nog een schepje bovenop. Een hengst verslapt op zo’n moment iets eerder in zijn concentratie.’
Een ‘nadeel’ van kwalitatief goede merries is dat fokkerij en sport elkaar soms beconcurreren. Topsport met dracht combineren is erg moeilijk. Tot op zekere hoogte houdt sport een drachtige merrie wel fit, aldus Ingeborg. ‘Maar ik rijd een drachtige merrie zeker niet te lang door op wedstrijd, ook vanwege eventuele overdracht van virussen. Dan train ik haar thuis rustig door.’
Doorgaans moeten merries (en ook de meeste ruinen) het met een minder gespierde hals en minder gespierd lichaam doen. Voor hun bewegingen is dat geen enkel probleem, maar Kenna zorgt wel dat ze merries voldoende op lengte blijft rijden in de hals. ‘Optisch gezien lijken merries eerder achter de loodlijn te komen door hun slankere hals. Hengsten kunnen evengoed wat achter de loodlijn gaan, maar die gespierde hals verdoezelt dat een beetje.’
Hoe zorg je dat een merrie zich qua presentatie kan meten met haar mannelijke concurrenten? Isabelle Vroomans probeert de hengsten af te troeven door haar merries met lef te rijden en technisch zo goed mogelijk voor te stellen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je het met technisch correct en vriendelijk voorstellen altijd wint van show.’

Vorig artikelGegniffel
Volgend artikelZ-Friezenteam Groningen hoopt weer op shows