Krantenknipsel van 45 jaar geleden: ‘eerste Friezen naar Engeland’

In 1975 haalde de export van twee Friese paarden naar Engeland de regionale krant van Gelderland. Het zouden namelijk een van de eerste Friese paarden zijn die sinds de Tweede Wereldoorlog weer naar Engeland geëxporteerd werden. Daar wist Berry Schuurman, die het krantenknipsel al die tijd bewaard heeft en toentertijd het transport van de paarden verzorgde, zelf niets van. ‘Wij vernamen dit van een bestuurslid van het KFPS. Voor ons was het reisje vooral een mooi avontuur’

Jong en onbevangen

Berry Schuurman, in de paardenwereld bekend met zijn onderneming in hindernissen en omheiningen, weet naar eigen zeggen maar weinig van Friese paarden. Hij reed, en rijdt nog steeds, zelf fanatiek paard, maar dan in de disciplines dressuur en eventing. ‘Wijlen mijn kameraad Max Turksma had in de jaren 70 een kennis met een stoeterij in Picton, vlakbij Middlesborough. Die kennis wilde graag Friese paarden. Wij waren beiden begin twintig en zeiden toen heel onbevangen tegen elkaar, nou dat kunnen we vast regelen.’ De Graafschapbode, tegenwoordig regiodagblad De Gelderlander, pikte dat nieuws destijds op en bevroeg Schuurman toen over de voorbereidingen op de zeereis met de Friezen. ‘Het zwarte goud’ was in de jaren 70 immers nog een behoorlijk uniek exportproduct.’

Papieren rompslomp

Om met een kwalitatief goed stel Friese paarden voor de Engelse paardenhouder aan te komen, klopten Schuurman en Turksma aan bij de heer P. Winia uit Nijeholtpade, bestuurslid van het Fries Paardenstamboek. ‘Van hem kochten we twee Friese hengsten, ik geloof jaarlingen of twenters’, aldus Schuurman. ‘We stelden ons het zo voor dat we een leuk uitstapje naar Engeland deden terwijl we gelijk paarden mee zouden nemen. Maar we hadden de administratieve rompslomp bij het regelen van zo’n transport wel onderschat. De paarden moesten gekeurd worden door een dierenarts voor een gezondheidsverklaring en er moesten douanepapieren geregeld worden.’

Paardengek

Per trailer ging het duo met hun Friese paarden naar de haven in Scheveningen, maar tot daar loopt het bewaarde verhaal uit de krant. Hoe liep het uiteindelijk af? ‘In Scheveningen werden de paarden gecontroleerd en werd de paardentrailer verzegeld’, weet Schuurman zich te herinneren. ‘De achterklep werd met loodjes verzegeld en die meneer wilde meteen het kleine deurtje voor ook doen. Dat wisten we te voorkomen, anders werd het water en hooi geven wel erg moeilijk.’
De paarden reisden mee met een groot vrachtschip en de bootreis ’s nachts, van Scheveningen naar Norfolk, verliep uitstekend. ‘We stonden met de paardentrailer op het grote benedendek en onze Friese paarden trokken nogal de aandacht van de bemanning. We kwamen er al snel achter dat de kapitein paardengek was. Regelmatig kwam hij even kijken naar ‘the Friesians’. Een matroos stelde zelfs voor om de paarden even uit de trailer te laten, maar dat leek ons geen goed idee.’

Bezienswaardigheid

Ondertussen kneep Schuurman hem toch wel een beetje voor de aankomst in Engeland. ‘Zouden de exportpapieren wel helemaal in orde zijn? Anders stonden we daar als groentjes mooi te kijken met twee paarden in de wagen, konden we zo weer terug.’ Maar ook hier ging het van een leien dakje. ‘De controleurs hadden meer oog voor de mooie paarden dan voor de papieren. De Friese paarden waren echt een bezienswaardigheid, merkten we opnieuw.’ De verlossende stempels waren snel gezet en uiteindelijk kwamen Schuurman en Turksma goed aan op de stoeterij in Picton.
‘Ik geloof dat het de bedoeling was dat de nieuwe eigenaar het Friezenbloed wilde gebruiken om te kruisen met dravers en Hackneys. Ik weet niet of dat er ook daadwerkelijk van gekomen is’, vertelt Schuurman, die nog enkele jaren contact heeft gehouden met de stoeterij. ‘Ik weet wel dat een van de hengsten als drie- of vierjarige weer tijdelijk is teruggekeerd naar Nederland om hem door Alberd van Dijk te laten beleren voor de wagen. Op de terugreis naar Engeland reisde een derde Fries paard met dit paard mee.’
Schuurman en zijn kameraad plakten er na het Friezenavontuur nog een paar dagen vakantie aan vast in Engeland. ‘We kochten er zelfs een Engels volbloed die we weer mee naar huis namen, al bleek dat paard later jammer genoeg geen hoogvlieger te zijn. Het was dankzij de Friese paarden in elk geval een mooi avontuur voor ons, daarom heb ik het krantenknipsel nog altijd bewaard.’