Margriet Koopmans en Ide K.W. laten jury genieten

‘Genoten en een goede proef’, zo schreef de jury op het protocol van Margriet Koopmans en Ide K.W. (Maurits 437). Met het oranje lint tijdens de Subtop wedstrijd in Tolbert op donderdag 12 maart schreven Margriet Koopmans en haar Ide K.W. (Maurits 437) de ZZ-Zwaar op hun naam met 70,643%.

Negen voor de series

De amazone was aan het eind van haar proef heel enthousiast. ‘Hij voelde super goed aan, de proef was foutloos. Normaal heb je altijd wel puntjes die beter kunnen, maar tijdens deze wedstrijd was dat helemaal niet. Ik was zelf heel tevreden over de proef. Zijn hoogtepunten zijn voornamelijk de wissels en series. Daar kregen we ook een negen voor. In het begin was dat nog weleens lastig, het ging niet vloeiend genoeg. Dat gaat nu echt een stuk beter en daar scoor je wel punten mee. Het drafgedeelte was heel goed, voor de middendraf kregen we een acht. We hadden geen onvoldoendes op de protocollen staan. Je wilt heel graag goed presteren maar dat moet ook lukken. Dat de jury dat bevestigt is heel gaaf.”

Inschrijven voor NK

‘Mijn dochter zei vanmiddag dat je je kan inschrijven voor het NK Dressuur als je twee keer 68% rijdt’, vertelt Margriet. ‘Dat lijkt me wel een hele leuke uitdaging. Maar ik heb alle tijd met hem, hij is pas tien jaar oud. We genieten volop van hem en het NK is het eerste doel. Het lijkt me heel erg leuk als dat zou lukken.’

Werklustig

Koopmans heeft haar Ide K.W. zelf gefokt, beleerd en opgeleid naar de Subtop. ‘Hij is super werklustig en hij kijkt nergens naar als ik de baan in rij. Deze baan is ook wel indrukwekkend maar hij blijft gefocust op mij. Hij doet enorm zijn best en ik denk dat hij het het ook heel leuk vindt. We zijn samen in de L-dressuur begonnen en zo verder gegroeid. Het was de eerste keer dat we over de 70% scoorden in het ZZ-Zwaar. Dat is wel heel leuk, je traint ervoor en dat het er dan ook uitkomt. Op wedstrijd is het toch anders dan thuis. Het moet op dat moment gebeuren. Ik kijk heel tevreden terug op de wedstrijd.”

Bron: Hoefslag/ Michelle Klutman