Rhinopneumonie bij de drachtige merrie

Dr. Karin Hendriks: 'Als een stal volledig geënt wordt, zal de infectiedruk aanzienlijk lager zijn en de kans op abortus verminderen.' (Foto: Digishots)

Dierenarts Karin Hendriks had vorig jaar te maken met een ‘abortus golf’ bij een grotere privé stal, waarbij drie merries in één week tijd hun vrucht verloren: ‘Na de eerste abortus waren er monsters met spoed ingezonden voor onderzoek naar de Gezondheidsdienst voor Dieren en het bedrijf was gelijk ‘gesloten’. De groep waarin de aborterende merrie stond werd geïsoleerd van de andere drachtige merries en de merrie die geaborteerd had werd in quarantaine geplaatst. Helaas verworpen nog twee merries in dezelfde week. De onderzoeken toonden aan dat er sprake was van EHV1 infectie, met als gevolg dat de stal een maand in isolatie werd gehouden.’

Twee varianten

Rhinopneumonie is een herpesvirus die in twee varianten, type 1 en 4, veel voorkomt op paardenbedrijven. Het veroorzaakt verkoudheid, abortus en/of neurologische verschijnselen, zoals verlamming. De neurologische vorm wordt bijna altijd veroorzaakt door type 1, type 1 en 4 kunnen beiden verkoudheidsklachten en abortus geven. Abortus wordt meestal veroorzaakt door EHV1 en treedt in de meeste gevallen in het laatste trimester van de dracht op.

Virusoverdracht

De infectie vindt plaats via direct en indirect contact tussen paarden, eigenaren/verzorgers/dierenartsen kunnen het virus via de handen, kleding en schoenen overdragen. Vochtdeeltjes uit de neus van het paard en vruchtwater bevatten veel virusdeeltjes en zijn dus in hoge mate besmettelijk. Gebruik van emmers, grepen, kruiwagens, praam etc. bij verschillende paarden kan leiden tot virusoverdracht. Het passeren van paarden op straat of in het bos zijn geen mogelijke bron van besmetting als er geen direct contact plaatsvindt. Na bevestiging van de diagnose wordt geadviseerd om het bedrijf te sluiten, dat wil zeggen dat er gedurende tenminste vier weken na het verdwijnen van de klinische verschijnselen geen paarden van en naar het bedrijf vervoerd mogen worden.

Vaccineren

Paarden kunnen ingeënt worden tegen rhinopneumonie. Karin Hendriks: ‘Vaccineren van paarden zal ertoe leiden dat er minder virus wordt uitgescheiden bij infectie en de mate van ziek zijn na infectie zal minder ernstig zijn. Helaas is vaccinatie niet 100% beschermend, maar als een stal volledig geënt wordt, zal de infectiedruk aanzienlijk lager zijn en de kans op abortus verminderen.’

Lees het volledige praktijkverhaal van dr. Karin Hendriks in Phryso november