Veulen geboren: waar moet je op letten?

Fijn, de bevalling is goed gegaan, je veulen ligt achter de merrie! Je hebt het neusje al vrijgemaakt, zodat het veulen goed kan ademen, en waarschijnlijk heb je ook al gecontroleerd of het een hengstje of merrietje is. Alles lijkt goed te zijn. Hoe ga je nu verder te werk?

Meestal zal de merrie zich zodra het veulen haar lichaam verlaat, naar haar kind omdraaien. Een prachtig moment! Zodra moeder op adem gekomen is, zal ze gaan opstaan en het veulen schoonlikken, om de bloedsomloop te stimuleren. Het veulen zal dan ook snel proberen om in de benen te komen.

De eerste biest

Ook al gaat het opstaan letterlijk met vallen en opstaan; het veulen moet zelf in de benen kunnen komen. Het is niet gebruikelijk dat de mens hierbij helpt. Als het veulen staat, zal hij zo snel mogelijk de tepel vinden om te drinken. De eerste biest van de moeder is zeer belangrijk. Hier zitten antistoffen in die belangrijk zijn voor het veulen. Dit hoort binnen 90 minuten te gebeuren. Binnen twee uur gaat het veulen poepen.

De 1-2-3-regel

Voor fokkers is het bij de geboorte van een veulen goed de 1-2-3-regel in acht te nemen. Eén uur na de geboorte staat het veulen, twee uur na de geboorte drinkt het veulen en na drie uur moet de nageboorte eraf zijn. Deze volgorde komt voort uit de praktijk: een sterk veulen staat snel, een slim veulen drinkt snel. Als het veulen bij de moeder drinkt, komt er bij de merrie het hormoon oxytocine vrij waardoor zij de melk laat ‘schieten’. Dit hormoon zorgt er ook voor dat de baarmoeder samentrekt om de nageboorte af te drijven.

Naar buiten!

Het is belangrijk voor de merrie-veulenband om de eerste dag binnen te blijven. Het veulen mag een dag later naar buiten, als het tenminste niet te koud is. Het leukste moment! Het veulen blijft dicht bij de moeder. Hengsten zijn vaak ondeugender, brutaler en willen nog wel eens wat verder van de moeder weg. Je kan vanaf dag één al een halstertje omdoen. Hoe eerder, hoe makkelijker het is. De eerste weken staat de moeder met het veulen alleen, daarna is het goed voor het veulen om met een leeftijdsgenootje en een merrie komen te staan. De veulens kunnen dan samen spelen en opgroeien.

Vroeg veulen

Een vroeg veulen komt zeker niet te lang buiten; over het algemeen zal het in januari, februari nog te koud zijn om lang in de (nog niet groene) wei te vertoeven. Vanaf eind maart, begin april dient de lente zich aan en mogen de veulentjes (langer) naar buiten.

Groeien

Zo’n beetje tot en met september kunnen merries en veulens grotendeels in de wei doorbrengen. De veulens worden groter en sterker en ze hebben (de melk van) hun moeder steeds minder nodig. In het najaar gaan ze naar de opfok, om de komende drie jaar in een groep met meerdere veulens van een half jaar oud, uit te groeien tot een min of meer volwassen paard.